geheel door mijzelf
Een nieuwe generatie arbeiders lijkt de overhand te nemen op de arbeidsmarkt in China. Deze generatie (van na 1980) is hoger opgeleid dan hun voorgangers, heeft de Chinese Culturele Revolutie niet meegemaakt en kan zich beter laten informeren via mobiele telefoon en internet (gecensureerd, dat wel).
*
De Grote Culturele Revolutie was een in 1966 door Mao Zedong opgezette revolutie waarbij de communistische staat waarin China op dat moment verkeerde behouden zou moeten blijven. Dit door een samenleving te realiseren waarbij iedereen gelijk – lees arm – is en door het ontstane systeem wordt gehouden.
Intellectuelen en rijke arbeiders vormden een bedreiging voor het gevestigde communistische bestuur, en werden met die reden door Mao Zedong bestempeld als ‘een gevaar voor de gelijkheid’. Voor deze ‘gevaarlijken’ werden speciale ‘kaderscholen’ opgericht (zoals in het Lelietheater door Lulu Wang) waar de voorheen relatief breed levende intellectuelen een socialistische heropvoeding kregen, door lichamelijk zwaar arbeid te verrichten en de socialistische ideeën van Karl Marx opnieuw te bestuderen.
In de realiteit was de Culturele Revolutie een wrede poging van Moa om de paar kritische geluiden die van de Chinese intellectuelen afkomstig waren in het gareel te houden. En al werd de Revolutie in 1969 als ‘voltooid’ verklaard; de kaderscholen bleven bestaan, als blijvend bewijs voor gelijkheid en solidariteit.
*
Tegenwoordig kunnen de kritische geluiden afkomstig van de Chinese arbeiders niet meer door de staat worden genegeerd. Dit leidde in juni 2007 al tot verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Sociale onrust over slechte arbeidersposities leidde tot o.a. de volgende rechten:
- recht op een geschreven arbeidscontract;
- recht op vergoeding van overuren;
- recht op bemiddeling (arbitrage) bij conflicten;
- recht op een contract van onbepaalde duur.
In hoeverre deze nieuwe rechten ook echt door fabriekseigenaren en andere werkgevers worden nageleefd, is natuurlijk maar de vraag. Chinese leiders (en dan vooral lokale ambtenaren en fabriekseigenaren) zien de bui al hangen: stijgende productiekosten waardoor fabrieken failliet gaan of moeten verhuizen naar landen waar nóg goedkoper geproduceerd kan worden. En verdwijning van fabrieken uit het arme binnenland in China is wel het laatste dat moet gebeuren: dan zal de onrust helemaal de spuigaten uitlopen. Bovendien zijn arme boeren op het platteland allang blij als er überhaupt (fabrieks-)werk voor hen of hun kinderen is.
Door economisch en politiek belang voor de lokale overheid worden regels van de centrale overheid nogal eens genegeerd (zie ook: Chinese overheid staat voor duivelse dilemma’s, NRC-next dinsdag 13-01-2009, Evert Jan Ouweneel). Hij vraagt zich af: wat te doen door de Chinese overheid.. meer vrijheid en dus meer liberalisatie, of juist meer controle?
De tweepoot die nu is ontstaan, is aan de ene kant het verbeteren van de arbeidersomstandigheden waardoor minder arbeiders meer geld krijgen en waardoor de productiekosten van fabrieken dus zullen stijgen. Minder ‘sociale onrust’ door meer rechten voor werknemers dus.
Aan de andere kant zullen deze maatregelen leiden tot minder werkgelegenheid, en zelfs faillissementen op de arbeidsmarkt, wat weer onrust veroorzaakt onder arbeiders uit vooral het binnenland van China.
Een oplossing zónder deze sociale onrust lijkt dus niet mogelijk. Minder rechten voor de werknemers lijkt mij geen goed plan: meer situaties als geschetst in China Blue zullen zich voordoen. Arme boeren die het in de stad proberen ‘te maken’ om zo hun familie thuis financieel te steunen. Met meer rechten voor deze werknemers is niet persé gezegd dat zij deze rechten ook krijgen, wel dat zij er aanspraak op kunnen maken (uitgaande van een niet-corrupte werkgever). Er zouden sociale projecten opgezet kunnen worden, waardoor daadwerkelijk meer werkgelegenheid wordt gecreëerd en niet gevochten hoeft te worden om wie van alle miljoenen geschikte arbeiders genoegen zal moeten nemen met het dichtdraaien van tandpastatubes of het strijken van overhemden in alle soorten en maten. En kan uiteindelijk, van een ideale situatie uitgaande zoals zo vaak bij het spuien van oplossingen het geval is, een einde gemaakt worden aan het uitbuiten van de Chinese arbeiders als lagelonenarbeiders.
Laatste reacties